Door de ogen van een zusje, en tegen een achtergrond van indringend zwarte beelden, wordt het eenvoudige openen van een deur het kantelpunt waarop de dood kleine Pieter meeneemt.

Bibliografische gegevens

  • Titel: Kleine Pieter deed open
  • Auteur: Paul Verrept
  • Illustrator: Randall Casaer
  • Uitgever: De Eenhoorn (2011)

Het verhaal

De dood klopte aan. Kleine Pieter deed open.

Bij dit prentenboek moet je goed opletten want het verhaal begint eigenlijk al voordat de tekst begint. Bekijk de omslag, voor- en achterkant, de titelpagina en de eerste illustratie dus goed. Op de binnenkant van de omslag zie je een zwart wit landschap, met zwarte vegen als de hemel, lucht. Zwarte vegen als water in de rivier. Dieren kijken toe hoe een in een witte cape gehulde figuur met een staf in zijn hand voortsnelt over de brug. Het gezicht is niet zichtbaar

Op de linkerkant van de titelpagina heeft de naderende figuur nu een zwarte in plaats van een witte mantel. De dreiging neemt toe door het lettertype maar met name door de grootte van de letters. Die zijn dreigend, ook de tekst is dat.

Aan het einde van het boek, op de binnenkant van de omslag zien we een zwart dorpje, een zwarte figuur met een zwarte staak, staf, nadert. Zwarte wolken. Is de dood op weg naar een volgend slachtoffer?

Terug naar het begin van het boek. De eerste illustratie heeft geen tekst en bestaat uit zwart en witte vlekken, uit vage contouren. We zien een dorpje met witte huizen, zwarte contouren. Een buiten proporties grote zwarte figuur staat voorover gebogen en reikt met zijn hand naar de deur van een huis. Deze figuur kijkt ons aan en lijkt een doodshoofd te hebben. Op zijn hoofd een zwart figuurtje met twee poten op zijn hoofd. Een zwarte vogel, een raaf? Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet…het lijkt of sommige huizen een gezicht hebben…zie ik een zwarte hond rechts? Twee honden, zittend op een brug, kijken toe.

Maar eigenlijk kijkt alles toe hoe de dood zijn knook uitsteekt naar die ene deur….

Als je de bladzijde omslaat kijk in je een kamer. Aan tafel zit een familie, bezig met een spelletje, het lijkt wel scrabble …Een meisje met vlechten valt op door haar rode strikjes as accenten in de zwarte, donkere kamer. Door de open deur wijst een levensgrote zwarte vinger naar een heel klein wit figuurtje. De familie kijkt naar de vinger, naar Pieter, dat blijkt uit de tekst want kleine Pieter deed immers open terwijl papa nog riep: ‘Dicht met die deur!’.

Maar ja: ‘Als de dood je wil, kijk je beter uit.’, zo lezen we….

De dood vlucht weg met Pieter in zijn handen. We zien nu voor het eerst zijn gezicht: hij kijkt verschrikt om naar de woedende familie die achter hem aan komt: ‘Laat los, laat los! Maar als de dood je wil, raak je niet meer weg.’ De dieren, zwarte vogels in de bomen, honden, kijken ook toe…maar de dood vertrekt toch…met kleine Pieter. Niets meer aan te doen.

Kleine Pieter wordt begraven, met zijn lievelingsliedje en met verhalen over hem, en met bloemen en met rare gezichten om hem nog een keer aan het lachen te krijgen. Hij ligt alleen, stil in een bootje en drijft de rivier af, weg van alle mensen, dieren…

Het meisje met de vlechten roept het bootje nog na: ‘Opstaan, Pieterman! Maar ze weet: ‘als je dood bent, is dat onbegonnen werk.’ Het begint te regenen en de familie loopt stil terug, ze wuiven hem na, noemen zijn naam, maar Pieter was al te ver weg om hen te horen.

Het meisje vertelt dat ze de dood zag staan, op de brug: ‘Waarom heb je Pieter doodgemaakt?’, riep ze hem toe. ‘Ik kan niet anders,’ zei hij, ‘Ik weet het ook niet.’, ‘Weet het ook niet meer’, zei ‘Ach en wee’, en liep weg. Hij zag er oud en moe, en ook dood uit, dacht het meisje.

Weer thuis hebben de mama en de papa, en de zusjes en broer van Pieter een foto van hem op de tafel gezet, een kaarsje ernaast zodat hij zijn familie kon zien…ze zijn verdrietig, radeloos: ‘Ik weet het niet,’ zei papa, en: ‘Ik weet het ook niet meer.’ Net als de dood zelf, is hij vertwijfeld over het verlies, het verdriet, hoe het verder moet…. En het meisje met de vlechten, zij dacht ook ‘Ach en wee,’ als ze omgeven door zwarte wolken en zwarte vogels door het raam staart naar het vage beeld van kleine Pieter.

De slotwoorden spreken voor zich als we dood door het sombere landschap zijn weg zien vervolgen:

Want de dood klopte aan. Kleine Pieter deed open.

De dood is altijd onderweg, als de dood je wil, moet je uitkijken.

Hoe de dood wordt gepresenteerd

In dit prentenboek wordt de dood gepresenteerd  als een onvermijdelijke kracht die niet te stoppen is. Wanneer Pieter de deur opent, blijkt ontkomen onmogelijk: ‘Als de dood je wil…’. De dood wordt echter niet als kwaadaardig neergezet. Hij oogt oud, moe en zegt zelfs: ‘Ik weet het ook niet.’ Daarmee krijgt hij toch een twijfelende, bijna menselijke dimensie.

Het boek verkent de onzekerheid, de machteloosheid. die existentieel is rond de dood. Niet alleen de dood zelf, maar ook de achterblijvers begrijpen het waarom van de dood niet. Die gedeelde verwarring maakt het verhaal filosofisch en open.

De cirkelstructuur van het verhaal benadrukt de universaliteit van sterven: de dood klopt aan en is altijd onderweg.

Kernthema’s en symboliek

De dood als onvermijdelijke kracht

Een centraal thema is de dood als een macht die niet te stoppen is. De herhaalde zinsnede Als de dood je wil…benadrukt dat ontkomen onmogelijk is. De familie roept, rent, protesteert, maar de dood is niet tegen te houden.

Het boek maakt die onontkoombaarheid zichtbaar via de illustraties en de tekst:

  • de buitenproportioneel grote, zwarte figuur
  • de herhaling van het kloppen en openen
  • de slotzin die cirkelvormig teruggrijpt naar het begin

De dood is altijd onderweg.

De meerduidigheid van de dood

Opmerkelijk is dat de dood geen triomferende figuur is. Wanneer hij wordt aangesproken, zegt hij twijfelend: Ik weet het ook niet. Hier ontstaat een filosofisch spanningsveld:
De dood handelt, maar begrijpt zijn eigen handelen niet volledig. Dat plaatst hem niet als vijand, maar als onderdeel van een grotere, ondoorgrondelijke orde.

Onschuld en kwetsbaarheid

Het feit dat een kind de deur opent, versterkt het gevoel van kwetsbaarheid. ‘Kleine’ Pieter is:

  • letterlijk klein afgebeeld tegenover de gigantische zwarte figuur
  • narratief klein tegenover de overweldigende gebeurtenis

Dat hij degene is die opent, roept existentiële vragen op:
Is het toeval? Is het keuze? Is het noodlot? De tekst suggereert geen schuld, maar laat wel de wrange samenloop zien tussen handeling en gevolg.

Collectief rouwproces om een kind

Na de dood verschuift de focus naar de achterblijvers. Het verhaal toont verschillende aspecten van rouw:

  • de achtervolging en dus de ontkenning
  • de begrafenisrituelen
  • herinnering via foto en kaars
  • het roepen van zijn naam
  • het onvermogen om betekenis te geven

Centraal staat het onbegrip en de rauwe pijn bij het verlies van een jong leven. Vader zegt: Ik weet het ook niet meer.
De twijfel van de dood weerspiegelt zich in de twijfel van de nabestaanden. Niemand begrijpt volledig wat er gebeurd is.

Ritueel en afscheid

De boot op de rivier functioneert als klassiek overgangssymbool: de overgang tussen leven en dood. Belangrijk is dat:

  • er gezongen wordt
  • bloemen worden meegegeven
  • verhalen worden verteld

Het afscheidsritueel brengt zo structuur aan in de chaos rondom het overlijden van Pieter..

Kijken en gezien worden

Een opvallend motief is het kijken. In de eerste illustratie lijkt alles toe te kijken:

  • dieren
  • huizen
  • vogels
  • zelfs de dood kijkt de lezer aan

Dit creëert een ongemakkelijke betrokkenheid. De lezer wordt zo direct getuige en het verhaal als het ware ingezogen.

Circulaire structuur en onafwendbaarheid

Het verhaal eindigt met een herhaling van de openingszin. Daardoor ontstaat een cirkel. Dit benadrukt:

  • de universaliteit van sterven
  • de continuïteit van het leven dat doorgaat
  • de gedachte dat de dood niet stopt bij één gebeurtenis

Existentiële onzekerheid

Misschien is dit wel het kernmotief van het prentenboek: niemand weet waarom. Deze herhaalde onzekerheid maakt het boek filosofisch. Het biedt geen troostende verklaring, maar ruimte voor vragen.

Rol van de illustraties

Het is een klein formaat boek waarin de illustraties meer ruimte in beslag nemen dan de tekst en hele pagina’s in beslag nemen. De illustraties lijken belangrijker dan de tekst maar de tekst ‘doet’ zeker mee in de betekenisgeving van het verhaal: door de grootte van de letters: grotere letters meer dreiging, ook de kleur van de letters, meestal zwart en met accent: bruin.

Deze illustratiestijl met voornamelijk zwarte en witte vegen ondersteunt de tekst door emoties en sfeer visueel te lezen zonder veel tekstuele inmenging. De emotie ligt tussen de regels.

Betekenis voor kinderen

Kleine Pieter deed open is een ontroerend prentenboek dat rouw om een kind rechtstreeks bespreekt. De combinatie van tekst en beelden resulteert in een verhaal dat diep kan raken.  Het prentenboek stelt en toont veel, maar biedt weinig verklarende of troostende uitleg. De aangrijpende weergave van verlies biedt geen geruststellende oplossingen maar kan een ingang zijn voor gesprekken over de dood.