In dit poëtische en visueel zeer rijke prentenboek verkent Stian Hole hoe een meisje ,samen met haar vader, via verbeelding en fantasie probeert te begrijpen waar liefde en herinnering blijven wanneer een moeder is gestorven, en nodigt hij lezers uit om mee te reizen door een hemel die even persoonlijk als troostrijk is.

Bibliografische gegevens:

    • Titel: De hemel volgens Anna 
    • Auteur / illustrator: Stian Hole.
    • Oorspronkelijke titel: Anna’s himmel (2013)
    • Uitgeverij: Clavis (2017), vertaald uit het Noors

Het verhaal

‘Lepel kun je in twee richtingen lezen, zegt Anna’.

Het verhaal volgt Anna op een dag vol verdriet. Er vallen zelfs spijkers uit de lucht. De hemel lijkt pijn te willen doen, zoals we kunnen zien op de illustratie aan de binnenkant van de omslag van dit prentenboek vol kleur maar met een droevige ondertoon. Alhoewel het niet met zoveel woorden wordt gezegd, begint het verhaal als Anna en haar vader op het punt van vertrek zijn om naar de begrafenis van de moeder van Anna te gaan. Maar terwijl ze de kerkklokken al horen luiden en haar vader al gekleed is in een donker kostuum, is Anna nog lang niet zover. Anna begint vragen te stellen. Waar is mama nu? Wat is de hemel? Hoe ziet die eruit?

Deze vragen vormen het startpunt van een gezamenlijke verbeeldingsreis met haar vader. In deze reis, die we volgen in het verhaal, staat niet de gebeurtenis van de dood van haar moeder centraal, maar de zoektocht naar betekenis die dat zal hebben.

Het wordt een fantasierijke reis door landschappen en ‘hemel-plaatsen’, van diepere oceanen tot luchtige nevels, als manier om met verlies om te gaan. In hun verbeelding is de hemel geen abstracte religieuze plek, maar een levend landschap waar haar moeder verblijft, dineert met oude mensen en een tuin onderhoudt. Dat beeld geeft Anna houvast: haar moeder is nog immer een zorgend persoon, alleen op een andere plek.

Het verhaal balanceert realisme en verbeelding en werkt aan de ene kant troostend, aan de andere kant prikkelend voor de verbeelding.

Hoe de dood wordt gepresenteerd

De dood zelf is niet expliciet dogmatisch of ceremonieel uitgebeeld; in plaats daarvan biedt het boek een poëtische, verbeeldingsrijke manier om rouw en gemis te verkennen. De nadruk ligt op Anna’s verbeelding en de manieren waarop liefde en herinnering een plaats creëren voor degene die er niet meer is. Het verhaal kiest niet voor één theologische uitleg maar voor een persoonlijke, beeldrijke verwerking van verlies.

Kernthema’s

Rouwverwerking door verbeelding

Een hoofdthema is dat verbeelding functioneert als wijze om met het verlies om te gaan: Anna ‘zet de wereld op zijn kop’ en bedenkt fantastische plaatsen (zwemmen met vogels, vliegen met vissen) om het verdriet te kunnen bevatten. De verbeeldingsreis helpt zowel haar als haar vader om het verlies een plaats te geven.

Herinnering en blijvende band

Het boek benadrukt dat liefde en herinnering een manier zijn om verbinding te behouden met wie er niet meer is. In plaats van een concrete theorie omtrent een ‘leven na de dood’ biedt het verhaal tekst en beeldmateriaal waardoor herinnering voortleeft.

Existentiële vragen zonder definitief antwoord

In het verhaal worden meerdere mogelijke voorstellingen van de ‘hemel’ en het ‘hiernamaals’ gepresenteerd maar maar dit leidt niet tot een dogmatische verklaring; de openheid is intentioneel en bedoeld als uitnodiging tot gesprek.

Intergenerationele troost en empathie

De relatie tussen Anna en haar vader toont hoe kinderen, juist door hun verbeelding, volwassenen kunnen helpen in het rouwproces. Het boek laat zien dat troost wederkerig kan zijn: Anna geeft haar vader (én zichzelf) ruimte via spel en fantasie.

Balans tussen melancholie en speelsheid

Stian Hole combineert een melancholische thematiek met humoristische of wonderlijke beelden, waardoor het boek toegankelijk blijft voor kinderen zonder sentimentaliteit.

Symboliek

Circus / acrobatiek / beweging als metafoor van grenservaring

Hoewel in het verhaal niet letterlijk een circus voorkomt, speelt het motief van beweging — op- en neergaan, zweven, omkeren, een vergelijkbare rol: bewegingen visualiseren het ‘tussen’ (tussen leven en anderszins). Bewegingen zoals ‘vliegen met vissen’ of ‘zwemmen met vogels’ functioneren als symbolen voor transformatie en het loskomen van gewone grenzen en worden gebruikt om met het verdriet te kunnen omgaan en het te accepteren.

Hemel en lucht als ruimtes van verbeelding en troost

De ‘hemel’ in dit verhaal is geen uniforme hemel van één traditie; het is een collage van mogelijke plekken: nevelen, diepe oceaanbergen, ‘Marianentrog’-achtige diepten en sprookjesachtige hoogten. Die gelaagdheid werkt als symbolische ruimte waar herinnering, verlangens en troost elkaar ontmoeten. Door de hemel zo veelstemmig te maken, ontwijkt het boek religieuze theorieën en opent het ruimte voor culturele en persoonlijke interpretatie.

Omkering / het op zijn kop zetten van de wereld

Anna draait letterlijk en figuurlijk de wereld om, de zee is boven, de hemel beneden; dat beeld (de wereld op z’n kop zetten) symboliseert hoe verlies de perceptie van de werkelijkheid kantelt. Het is een krachtige metafoor voor de ontwrichting die rouw teweegbrengt, maar ook voor het vermogen om via andere perspectieven betekenis te scheppen.

Val van voorwerpen (spijkers, aardbeien) uit de lucht) als fysieke manifestatie van pijn en troost

Het motief van ‘spijkers uit de lucht’ of andere onverwachte, fysieke beelden belicht het lichamelijke karakter van verdriet: rouw doet ‘pijn’ en is niet alleen een abstract gevoel.

Diepte (oceaan) en hoogte (lucht) — overgangs- en grensbeelden

De auteur gebruikt tegelijk beelden van diepte en hoogte: beide drukken verschillende kanten van afscheid en herdenken uit. De diepte kan verwijzen naar het onbewuste, het diepe verdriet of de bodem van de wereld; de hoogte naar verheffing, troost of afstand. Door beide te combineren ontstaat een ruim, metaforisch palet waar kinderen en volwassenen hun eigen betekenissen in kunnen leggen.

Wellicht als teken van acceptatie van het verlies, vallen er op de laatste pagina’s op de binnenkant van de omslag op illustraties geen spijkers meer, maar aardbeien uit de hemel.

Rol van de illustraties

De Illustraties fungeren als een exploratieve ruimte en maken de zoektocht van Anna en haar vader tastbaar. Hole creëert collageachtige werelden waarin zee en lucht samenvloeien. Figuren lijken te zweven tussen lagen van herinnering en fantasie. Het perspectief kantelt regelmatig. Soms staat Anna stevig en groot in beeld, terwijl haar vader klein en verloren oogt. Op andere pagina’s bewegen ze samen door een uitgestrekte, bijna kosmische ruimte.

Kleurgebruik speelt een belangrijke rol in het verhaal. Naarmate Anna’s fantasie ruimte krijgt, verschijnen rijkere details. De illustraties groeien als het ware mee met haar denkproces. Zo wordt de verbeelding zelf zichtbaar.

De rijke visuele beelden onderstrepen het explorerende karakter van het verhaal. De wereld ligt niet vast; zij kan worden opengevouwen. Gaten in de lucht, zwevende objecten en hybride dieren suggereren doorgangen tussen het bekende en het onbekende. De dood wordt niet afgebeeld als een figuur of als een eindpunt, maar als een overgang die vragen oproept.

Betekenis voor kinderen

De betekenis voor kinderen ligt vooral in het explorerende karakter van dit prentenboek:

  • Het stelt vragen zonder definitieve antwoorden te geven.
  • Het toont hoe een kind actief betekenis onderzoekt.
  • Het laat zien dat verbeelding een legitieme manier is om met dood en gemis om te gaan.
  • Het benadrukt de dialoog tussen kind en volwassene als gedeelde zoektocht.

De moeder blijft aanwezig in herinnering en verbeelding, maar haar precieze status blijft open. Is de hemel letterlijk? Is het een metafoor? Het boek dwingt geen keuze af. Die openheid is geen tekort, maar juist een kracht.